English Version
not yet available


Historie
Boogie Woogie


periode 1870-1920

periode 1920-1926


periode 1926-1928


periode 1929-1938


periode 1938-1945


periode 1945-1960


Yazoo Music
(Early American Piano Music)


Festivals/Concerten Historie Interviews/portretten Nieuws Gastenboek Disclaimer


Historie

Periode 1870-1920

De Afrikaanse pianist Abdullah Ibrahim (voorheen bekend als Dollar Brand) vertelde eens dat boogie woogie een puur Afrikaanse speelstijl is. Dit lijkt vergezocht; boogie woogie is immers in de VS ontstaan. Maar wie naar sommige vormen van madinka-muziek luistert, zal versteld staan.
Kort na de Tweede Wereldoorlog is een aantal zeer interessante documenten opgenomen (in verkorte uitvoering terug te vinden op de cd 'Boogie Woogie Story, Vol. 1', samengesteld door Jean-Paul Amouroux), die de link tussen Afrikaanse muziek en boogie woogie lijken te bevestigen. Met name track 3 ('Harp-Lute Solo From West-Africa') is verbijsterend; alle ingredienten voor boogie woogie zitten verborgen in deze muziek. Zich repeterende bassen, shuffle-ritme, polyritmiek, dalende melodielijnen, breaks...
Wie deze opname transcribeert, zal erachter komen dat de gelijkenis met de muziek van Jimmy Yancey groot is. Daarbij komt nog dat boogie woogie is 'uitgevonden' door ongeschoolde pianisten die waarschijnlijk geen enkele kennis hadden van West-Europese muziek; zowel in harmonisch als melodisch opzicht. De meest 'primitieve' boogie-pianisten maakten gebruik van slechts 1 of 2 akkoorden (tonica en subdominant), net als in sommige vormen van West-Afrikaanse muziek. En ja, het doorgaande welhaast percussieve karakter van boogie woogie doet de claim van Ibrahim alleen maar versterken.
'Pure' boogie woogie bevat dan ook helemaal geen 'blanke' elementen, behalve dan dat het gespeeld wordt op een Europees instrument. Begrijp me niet verkeerd; boogie woogie is in de VS ontstaan, maar de wortels liggen elders.

Een 'geboortedatum' van de stijl is -net als blues- niet aan te duiden. Grof gezegd kan gesteld worden, dat tussen 1870 (kort na de afschaffing van de slavernij) en 1920 de muziek zich in verschillende gedaanten gemanifesteerd heeft, van vermaak in de 'barrelhouses' in houthakkerskampen in het Zuiden van de VS, tot geschreven composities en pianola-rollen van ragtime en -stridepianisten. Pianola
Uit anekdotes van o.a. Little Brother Montgomery blijkt, dat 'barrelhouses' nou niet de veiligste plaatsen waren om te vertoeven. De pianisten genoten als entertainers en brengers van nieuws uit de buitenwereld een hoog aanzien en waren daardoor meestal verstoken van het geweld dat veelvuldig plaatsvond. Toch stierven zij vaak jong; slachtoffer van drank (waarmee ze meestal beloond werden, naast de bonnen die ze enkel in het kamp konden inleveren) en hun toch wel ruwe levensstijl.

Barrelhouses waren snel inelkaar gezette gebouwtjes, die bestonden uit enkele vaten drank met een plank eroverheen die dienst deed als bar, een piano, een gokkamer, waar meestal gedobbeld werd tot het krieken van de dag, en een ruimte voor andere illegale praktijken. Er werd gezopen, gevochten, gegokt, gemoord, gedanst... alles wat god verboden heeft!
Soms was een barrelhouse een omgebouwde treinwagon, die voortgereden kon worden zodra er weer genoeg hout gekapt was en er weer rails waren aangelegd. Juke Joint
De pianisten vervoerden zich per trein, vaak op illegale wijze; ze verstopten zich onder of tussen wagons en sprongen eraf bij hun plaats van bestemming. De populairste pianisten beheersten meerdere stijlen en beschikten over een breed repertoire; gospel, blues, boogie woogie, ragtime, stride, de populaire liedjes van de dag.
Little Brother Montgomery speelde zelfs walsjes! De meest geavanceerde pianisten verweefden al deze stijlen in hun spel en kwamen op de proppen met een duivelse cocktail die de tent op z'n grondvesten deed schudden.
De zgn. 'Santa Fe Group'was een bekende groep pianisten die daar rondtoerde (o.a. Rob Cooper, Andy Boy, Black Boy Shine, Robert Fud Shaw, Black Ivory King en Conish Pinetop Burks). En binnen de muren van de barrelhouses zou boogie woogie zijn ontstaan, maar ook het doorgaande ritme van de treinen was inspiratie voor diverse boogie-composities. Juke Joint
De meest geliefde pianisten bleven zo lang ze wilden en werden voorzien van bed, voedsel en natuurlijk... drank. Het is niet zo dat er geen andere instrumentalisten speelden, maar daar de piano het enige instrument was dat met z'n volume boven het rumoer van de dronken menigte uit kon komen, was dit instrument de eerste keus.
Met de komst van jukebox verdween de populariteit van de solo-pianist en velen van hen zijn obscuur tot totaal onbekend gebleven.


(Juke Joint -of jook joint- is een uitdrukking uit de volkstaal, dialect, voor een informele gelegenheid, waar blues muziek werd gemaakt, gedansd en alcoholische dranken werden genuttigd, voornamelijk door Afrikaans Amerikaanse mensen in het zuidoosten van de Verenigde Staten.
Men nam aan, dat de term "juke" afkomstig is van het 'Gullah', een Afrikaans Amerikaanse taal dat gesproken werd in de kuststreek van het zuidoosten van de Verenigde Staten. -Bron Wikepedia- )


Hoewel ragtime door Afro-Amerikanen werd uitgevonden, bevatte deze stijl (niet perse pianostijl) veel meer West-Europese elementen (bv het marsritme, harmonie en melodie). De beruchte syncope was niks nieuws, wel het feit dat de linkerhand (in het geval van pianisten) een strak vierkwarts-ritme speelde en de rechterhand daar syncopen overheen speelde, vaak van de ene naar de andere maat; vandaar 'ragged-time'.Charleston Rag
Veel ragtime-componisten (bv Scott Joplin, Tom Turpin, James Scott) wilden gezien worden als 'serieuze' componisten, zoals hun blanke tijdgenoten. Hun spel was de basis voor stride-pianisten (Luckey Roberts, Eubie Blake, James P. Johnson, Fats Waller, Don Lambert, Cliff Jackson, Willie The Lion Smith, Jelly Roll Morton en de novelty-ragtime van bv Zez Confrey ('Kitten On The Keys'). In de jaren '90 van de 19de eeuw hoorde Eubie Blake de pianist William Turk boogie-bassen spelen 'because his stomach got in the way of his arm', "we called it 'sixteens' then, they call it boogie woogie now", zei Blake. In 1899 componeerde hij (Eubie) 'Charleston Rag' (copyright 1917, toen hij er een pianola-rol van maakte) met daarin boogie-bassen verwerkt. In de jaren '10 van de twintigste eeuw hoorden Eubie Blake en Willie The Lion Smith de boogie-pianist Kitchen Tom in Atlantic City. Rond dezelfde tijd was ene Stavin' Chain aktief. In diezelfde jaren hoorde Clarence Williams de pianist George Thomas (over wie later meer) zijn boogie-compositie 'New Orleans Hop Scop Blues' spelen. Verder maakte de ragtime-componist Artie Matthews gebruik van boogie-bassen in 'Pastime Rag No. 1' en 'Weary Blues'. Zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen, maar dit zijn de voornaamste.

Last but not least; pas vanaf 1928 werd de stijl bekend onder de noemer 'boogie woogie', maar als de stijl al zo lang bestond, hoe werd zij daarvoor genoemd?
Enkele namen: fast western, galveston, dud-low Joe. De laatste is interessant; in 1929 zette de pianist Lee Green de boogie 'Dud-Low Joe' op de plaat, wat de basis vormde voor 'Farish Street Jive' van Little Brother Montgomery.