|
|
|
Festivals/Concerten
|
Historie
|
Interviews/portretten
|
Nieuws
|
Gastenboek
|
Disclaimer
|
Historie
Periode 1926-1928
Wellicht is het toeval, maar vanaf het moment dat de elektronische opname-techniek haar intrede doet (1926), worden ook de eerste echte blues-artiesten op de plaat gezet. Van country-blues (Blind Lemon Jefferson), gospel (het pianowerk van Arizona Dranes doet wel erg veel denken aan dat van de beste boogie en -barrelhouse-pianisten) tot pure boogie woogie (Meade Lux Lewis; zijn eerste opname van 'Honky Tonk Train Blues' dateert van December 1927, precies een jaar voor 'Pinetop's Boogie Woogie').
Enkele relevante opnamen t/m Pinetop Smith:
-1927- "Doggone My Goodluck Soul", vermoedelijk Willie Tyson begeleidt vocaliste Hattie Hudson.
-1927- "The Jockey Blues", Sammy Brown (sterk beinvloed door Cow Cow Davenport).
-1927- "Honky Tonk Train Blues", Meade Lux Lewis.
-1928- "Cow Cow Blues"/"State Street Jive"- Cow Cow Davenport.
-1928- "Pinetop Blues"/"Pinetop's Boogie Woogie"- Pinetop Smith; de tweede heeft ervoor gezorgd dat de stijl definitief haar naam kreeg.
Cow Cow Davenport beweerde, dat hij en niet Pinetop de naam bedacht. Volgens eigen zeggen hoorde hij Pinetop in een club spelen, waarop hij zei: "You sure got some mean boogie woogie". De echte herkomst van het woord blijft schimmig.
Volgens sommigen heeft de term betrekking op de 'bogey-man', een griezel waar kinderen mee bang gemaakt werden. Anderen voeren de term terug naar West-Afrika, waar soortgelijke woorden bestonden. Hoe dan ook, het beestje heeft een naam gekregen en in 1929 is het hek van de dam. Vele blues en -boogie-pianisten werden naar de studio gehaald en opgenomen. Talent scouts werden op pad gestuurd -niet altijd direkt om de hoek- en zodoende werd een breed scala aan pianisten vastgelegd op de zwarte schijf. Niet dat ze er veel aan verdienden; soms alleen een vergoeding voor de opname-sessie. Door de gelijkenissen qua spel binnen bepaalde gebieden, wordt vaak gesuggereerd, dat er regionale stijlen bestonden, bv. Texas (breed, orkestraal), St. Louis (beperkt, 'economisch'). Hoewel lokale artiesten elkaar ongetwijfeld beinvloedden, wordt steeds vaker geopperd, dat muzikanten vaak 'gefilterd' werden naar de smaak van de talent scout en soms zelfs gevraagd werd op een bepaalde manier te spelen.
In deze jaren waren ook pianisten aktief die pas veel later op de plaat gezet werden; een invloedrijke figuur was bijvoorbeeld Jimmy Yancey.
Deze man was de grote inspiratie voor Meade Lux Lewis. Een andere exponent van de stijl die reeds de bars van Chicago afstruinde was Cripple Clarence Lofton. Maar over hen later meer. Het is per slot van rekening pas 1929!
|
|
|
|
|