Interview BOB SEELEY door Patrick Smet (Magazine: "BACK TO THE ROOTS)" - juni 2006
De leeftijd van Bob Seeley laat zich raden maar het is absoluut zeker dat deze ouderdomsdeken van de blanke boogie-woogievertolkers energie en kracht genoeg heeft om vele jonge vertolkers te imponeren met zijn pianospel en met zijn geweldige conditie en presentatie op de podia. Als deze Amerikaan zijn duivels loslaat, is hij niet meer te houden. Enkele jaren geleden zag ik hem bijna in een trance door de meeslepende New Orleans- en boogie-woogieritmes op een podium dansen en door de benen gaan dat er bijna ongelukken gebeurden. Met ontbloot bovenlijf en opgezweept door de muziek joegen zijn suggestieve danspassen menige organisator de stuipen op het lijf. Vorig jaar was Bob Seeley te gast op het Noordwijk boogie-woogie festival van Martijn Schok. Wegens het grote succes vraagt men Bob dit jaar opnieuw. Op 13 mei 2006 in Noordwijk is het weer zover. Wij gingen met Seeley praten.... |
|
Hallo Bob, ik herinner me nog dat het lang duurde voor je opnames op cd had. Tot voor enkele jaren waren er enkelcassettes. Hoe ver sta je nu? Juist, maar dat is nu wel al een tijdje geleden. Ik heb momenteel vijf cd's opgenomen. Er is juist een nieuwe uit met twee eigen nummers en de andere artiesten zijn Mark Braun, alias Mr. B uit Michigan en Johnny O'Neil uit Detroit. Deze laatste speelde de passage met Art Tatum in de film 'Ray'. Verder zijn er nog Monty Alexander en EricReed, beiden zeer goede jazzpianisten. Ben je zelf begonnen met jazzpiano? Neen, absoluut niet, ik startte met boogie-woogie. Als kind begon ik natuurlijk met klassieke muziek. In die tijd was het boogie- woogiegenre echt populair en ik leerde dat spelen. Daarna kwamen er de stride piano en de ragtime pianostijlen bij. Er speelde een zeer goede stride pianist, Pat Flowers, in een bar. Mijn ouders namen me er regelmatig mee daar naartoe. Hij speelde volledig in de stijl van Fats Waller. Trouwens hij heeft het orkest van Fats overgenomen na diens dood. Hij was zeer goed. Maar boogie-woogie is mijn hoofdliefde, mijn voornaamste passie!
Hoe raakte je onder de indruk van deze muziek? Het is eigenlijk moeilijk te zeggen, maar zoals ik je reeds vertelde was boogie-woogie erg populair in die jaren 40. We gingen op pianoles en mijn broer bracht opeens partituren mee van Meade Lux Lewis-nummers. Toen begon ik die dingen te spelen zonder dat ik deze muziek ooit had gehoord. Tot op het moment dat een vriend een 78-toerenplaat van Lewis meebracht en dat gaf mij het inzicht hoe die muziek moest klinken. Maar ondertussen had ik natuurlijk reeds de noten in mijn vingers en kon ik de nodige aanpassingen doen qua ritme enz. Het waren vooral het ritme en de kracht van deze muziek die mij aantrokken. Ik ben een groot liefhebber vanstoomtreinen zoals Axel Zwingenberger. Het is trouwens merkwaardig hoeveel gelijkenissen er tussen ons zijn, los van de leeftijd natuurlijk. Ik ben veel ouder dan hij, trouwens ik ben ouder dan de meeste pianisten... Maar ik ben net zoals hij gepassioneerd door boogie woogie en door stoomtreinen. Sinds mijn zesde hou ik van treinen. Ik verhuisde van Brooklyn New York naar Detroit, maar vermits mijn grootmoeder in New York bleef wonen, reden we vaak terug met de trein. Ik hou van treinen, zowel van de metrotreinen als van de stoomtreinen. Het kwam zelfs zover dat ik als teenager met mijn vriend een job aannam bij de spoorwegen. Het was januari en onze taak bestond er in het ijs van de wissels te verwijderen. We hebben het slechts enkele dagen volgehouden. Speelde je toe al piano? Ja, ik neem lessen sinds mijn dertiende. Ik leerde het materiaal spelen van Meade Lux Lewis, kort na zijn eerste Blue Noteopnamen. In mijn middelbare schoolperiode maakte ik het mee we na afloop van 'Jazz at the Philharmonic' concerten waarin Meade meespeelde, naar de deur achter het podium trokken om handtekeningen te vragen, die we dan ook kregen. Toen we vroegen waar Meade Lux Lewis na zijn concert heenging, kwamen we te weten dat hij naar een houseparty ging enkele mijlen verderop. Toen hij vroeg waarom we er zelf niet heengingen leek ons dat een schitterend idee. Daar aangekomen vertelden we dat we persoonlijk uitgenodigd werden door Meade en we mochten binnen. Helen Humes, de grote jazzzangeres, was daar ook. Er stond een piano en mijn vriend stimuleerde mij om er op te spelen. Ik speelde 'Chicago Flyer' van Meade Lux Lewis. Toen ik ongeveer drie vierde van het stuk had gespeeld, zag ik Meade komen en hoorde ik hem roepen: 'Who's that stealing my stuff?' Toen zat ik daar als mager jongetje tegenover een man die minstens drie keer zo veel woog als ik. Daarna werden we echter goede vrienden. Want wanneer Meade naar Los Angeles verhuisde, hebben we hem verschillende keren bezocht en dan speelde hij stukken voor. Maar hij kwam om in een dom auto ongeluk... Toevallig kreeg ik die dag een brief van Meade in mijn brievenbus waarin hij me schreef dat hij zou spelen in een club 'The White House' in Minneapolis. Toen ik de krant nam, zag ik dat hij omgekomen was in dat ongeluk. Toen hij met zijn wagen de parking verliet, werd hij aangereden door een andere auto met jongeren aan het stuur die zeker meer dan tachtig mijl per uur reden. Meade werd uit zijn auto geslingerd en tegen een boom gekatapulteerd. Hij stierf een tragische dood. Was het niet uitzonderlijk dat jullie zo een vriendschappelijke relatie konden opbouwen met een kleurling in die tijd? Er was toch veel rassendiscriminatie.... Inderdaad, er was een vrij strenge rassenscheiding in die tijd. Wij probeerden zoveel mogelijk in de 'zwarte' clubs binnen te geraken om naar muziek te luisteren. Ik ben dikwijls met het paspoort van mijn oudere broer, je moest toen 21 zijn, binnengeraakt in bars. Het omgekeerde was echter zeker niet waar. Het was echt schrijnend. Bovendien moesten de muzikanten lange afstanden afleggen. Weet je dat Meade soms vanuit Los Angeles naar Detroit kwam om te spelen. Dat was minstens drie dagen rijden. Hij reed dan meestal bijna in één ruk door omdat de kleurlingen moeite hadden om in hun auto te slapen langs de weg. Ze zouden onmiddellijk gearresteerd worden. Dus probeerden zij adressen te vinden om te overnachtenbij vrienden en relaties onderweg.
Eind van de jaren 40 werd boogie-woogie zeer commercieel.Betekende dat niet het einde?
Je hebt gelijk, toen de grote muziekbusiness het overnam, was het gedaan. Er waren nog wel grote orkesten die zeer goed boogiewoogie speelden zoals de bands van Will Bradley en van Lionel Hampton. Er was ook nog Freddy Slack! Hij was dé blanke boogiewoogiepianist bij uitstek. Naast Meade Lux , Albert Ammons, Pete Johnson was hij voor ons de meest getalenteerde pianist. Hij moet een ongelofelijke passie voor deze muziek hebben gehad. Maar toen kwam de commercie met o.m. de Andrew Sisters enz. De grote massa luisterde niet naar het grote boogie-woogietrio. Zij hoorden alleen een deze commerciële dingen en dachten dat het boogiewoogie was! Heb je ooit het fameuze boogie-woogietrio Ammons Lewis enJohnson mogen ontmoeten? Ja inderdaad, toen zij naar het 'Paradise Theatre' in Detroit kwamen. Daar zag en hoorde ik Ammons en Johnson hun fameuze pianoduetten doen. Het was fantastisch hoe deze beide artiesten op mekaar waren ingespeeld. Het was alsof zij mekaars gedachten konden lezen. Big Joe Turner was daar ook bij. Ik ging er zo elf maal heen. Ik nam mijn boterhammen mee in een bruine zak en spijbelde van school. Maar veel later had ik de gelegenheid om de weduwe van Pete Johnson te ontmoeten. Zij leefde in complete armoede. De lokale pastoor zorgde voor haar en zij leefde van liefdadigheid en giften. Het strafste was dat zij nooit de filmbeelden van haar echtgenoot Pete samen met Ammons in de film 'Boogie Woogie Dream' had gezien. Ikzelf en twee vrienden, Jim Badzik en Chris Page, kochten haar een klein tv-toestel en lieten haar de videobeelden zien. De tranen liepen uit haar ogen toen ze dat zag. Zes weken later is ze gestorven. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat er een massa cd's van Pete Johnson werden verkocht en dat deze dame nooit één dollar heeft gezien van de royalties. Al het geld gingnaar de platenmaatschappij. Hoe is het vandaag de dag met boogie-woogie in de U.S.A.? Ik ben er zeker van dat boogie-woogie tegenwoordig veel populairder is in Europa dan in de States. Als je bij ons een platenzaak binnengaat en je vraagt naar boogie-woogie, dan is het goed mogelijk dat men amper weet welke muziek je bedoelt. 'Boogie' heeft bij ons een totaal andere betekenis, het is 'having a party' en uitgaan en die dingen. Op tv en via de media worden enkel rap en countrymuziek gepromoot. Men zou eigenlijk een film moeten maken over het genre zoals destijds de film 'Sting' een grote doorbraak betekende voor de ragtime muziek van Scott Joplin. Wat je hier ook veel hebt, zijn jonge boogie-woogiepianisten diebovendien erg goed spelen. Ben jij nu een rijk man na al die jaren? Ik heb begrepen dat jegoed kan leven van je muziek. Rijkdom is natuurlijk een zeer relatief begrip. Ik had het geluk van op zeer regelmatige basis te kunnen spelen in 'Charly's Crab Restaurant', vijf dagen in de week. Tot mijn veertigste deed ik zo wat allerlei jobs. Ik werkte o.m. in de Ford-fabrieken en werkte in de ook in de vastgoedsector. Oh! Ik dacht dat je carrière reeds op je twintigste begon... Neen, maar door dit aanbod in het fantastische restaurant, waar overigens veel beroemdheden komen zoals Kid Rock, Pamela Anderson, Bob Hope, Tony Bennett en vele andere, speel ik jazzstandards en Gershwin-songs, maar ook boogie-woogie. Ik heb het nu 32 jaar gedaan. Op mijn piano daar staat een vaas waarin men een fooi gooit voor de pianist. Het eigenaardige is dat die altijd goed gevuld is wanneer ik boogie-woogie speel! Het is werkelijk verbazend, men schijnt die muziek lange tijd niet meer te hebben gehoord of zelfs niet meer te kennen. Soms komt men mij vragen wat voor muziek dat is. Dan zeg ik gewoon: 'dit is boogie-woogie'. Natuurlijk kan je niet de hele avond snelle en opwindende boogiewoogie spelen, maar zo nu en dan tussen blues en ballades door...De mensen zijn er gewoon gek op. Doe je ook nog andere dingen om boogie-woogie te promoten?Geef je lessen? Neen, ik heb te veel andere zaken rond mijn hoofd. Maar er is toch iemand die mij onlangs telefoneerde om lessen te mogen nemen. Het is een klassiek geschoolde pianist die eigenlijk advocaat is. Toen ik hem hoorde spelen, ben ik toch op zijn vraag ingegaan. Hij is geweldig goed op weg. Zijn naam is Matt Ball. Werkelijk hij heeft een goed ritme en een zeer goede techniek en leert zeer vlug bij... Is hij iemand zoals Jim Badzik? Toch niet. Jim is een zeer goede pianist. Maar hij kwam gewoon erg vaak naar mijn optredens. Hij nam alles op en analyseerde dat nauwkeurig en speelde het zo goed mogelijk na. Maar hij is als een broer voor mij. Wij gaan jaarlijks naar het New Orleans-festival als muziekliefhebbers en wij amuseren ons daar rot! Weet je, er zijn mensen die mij en mijn echtgenote als meter en peter van hun kinderen hebben gevraagd. Muziek gaat over alle rassen en culturen heen. Ik heb door deze muziek te spelen echt vrienden voor het leven gemaakt. Dat is geweldig! Hoe lang wil je nog doorgaan met muziekspelen? Wel, ik speel erg graag piano en wat ik vooral plezierig vind, is het blijven zoeken naar nieuwe nummers en verfijningen aanbrengen en technische dingen oefenen. Alleen op mezelf, zonder publiek. Maar soms moet ik mezelf stimuleren om naar buiten te komen en concerten te spelen. Door een stom ongeval met mijn hond verstuikte ik onlangs mijn pink. Het heeft veel moeite en maanden revalidatie gekost om terug de soepelheid en de kracht van voorheen te bekomen. Het was vooral dat laatste, namelijk die kracht die ik kwijt was. De muziek zat er nog maar het was de 'power' die mij ontbrak. Dat was een eigenaardig gevoel. Ik zal dus blijven spelen zolang ik kan, zolang ik de fysieke en mentale kracht kan opbrengen om piano te spelen. Want vanaf het moment dat ik die niet meer heb, zal mijn leven zo goed als voorbij zijn denk ik. Natuurlijk als je een hartaanval krijgt moet je je wel aanpassen, maar dan nog zal mijn belangstelling blijven bestaan voor deduizenden platen waarop deze muziek werd uitgebracht. Zou je blijven spelen op de manier van Pete Johnson na zijn hartaanval? Hij speelde dan de rechterhand partij terwijliemand voor hem dan de linkerhand bassen speelde. Het zou kunnen. Maar de reden waarom ik speel, is niet om op een podium te zitten om op te treden. Neen! Ah neen!? Neen, het is enkel niet mijn bedoeling om te kunnen optreden, mijn doel is gewoon te kunnen spelen. Gewoon pianospelen! Het zit gewoon van binnen. Ik wil deze muziek horen en Ik wil die muziek spelen. Ik hoef daar niet noodzakelijk mee naar buiten te komen. Anderzijds is er ook bij mij die houding aanwezig van je talenten te gebruiken voor anderen. Misschien duurt het een tijdje voor men dit ontdekt. Maar ik meen dat echt. Want het gaat niet enkel om jezelf alleen. Wees gerust, ik ken verschillende zeer goede pianisten die nooit ergens spelen. Die je nooit zult zien optreden. Maar ik vind dat je jezelf moet verplichten om het toch te doen omdat het net dat is wat je verondersteld wordt te doen. Dit is natuurlijk een soort van filosofische en religieuze redenering. Dit is een doel. Je hebt een doel nodig in het leven en een zeker geloof. Ik ben tot deze inzichten gekomen, niet door mijn opvoeding of omdat mij dat zo geleerd werd in school, maar door er zelf over na te denken en door naar de lucht te kijken en verwonderd te zijn over de dingen en hoe dat er allemaal is kunnen komen. Wij als mensen kunnen dat niet vatten met onze beperkingen. Dus als je logisch nadenkt, zie je gewoon dat wij dit niet kunnen bevatten, dat er iets moet zijn dat ons overstijgt. Dus dat is mijn geloof; dat we er hier allemaal het beste uit onszelf moeten halen de korte tijd die we hier zijn en dat we dat doel moeten nastreven. Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat je geen publiek nodig hebt als je reeds meer dan dertig jaar internationaal bejubeld en gewaardeerd wordt op de meest diverse podia... Ja, natuurlijk is het geweldig wanneer je na een concert een staande ovatie krijgt en wanneer je door het publiek op handen wordt gedragen na de voorstelling. Iedereen wil dan zijn waardering uitdrukken en iedereen is vriendelijk en moedigt je aan enzovoort... Maar toch het zit veel dieper dan dat, het zit in uw beenderen als het ware. Zelfs als er geen publiek is, moet ik spelen en oefenen, anders voel ik mij gewoon niet goed. Hetzelfde met klassieke concertpianisten, zij moeten er voor blijven gaan, blijven oefenen steeds nieuwe dingen studeren... Wanneer je dat dan nietmeer kan dan is dit tragisch. Toch kan ik mij voorstellen dat je een bepaald repertoirezodanig veel gespeeld hebt dat je er genoeg van krijgt. Er is een zeker aantal nummers, noem het gerust een repertoire, waarvan je nooit genoeg van krijgt om ze te spelen. 'Honky Tonk Train Blues' bijvoorbeeld is zo een nummer dat mij nooit tegensteekt. Maar ik moet er u wel bij vertellen dat ik binnen dit nummer kan blijven improviseren en steeds andere dingen kan doen telkens ik het speel. Maar de basis van het nummer blijft bestaan. Een zekere Dick Rollstad, een zeer goed stride pianist, zei me ooit dat wanneer je een podium op gaat je altijd iets moet hebben waarover je het gaat hebben. Je kan zo maar niet wat doen en improviseren. Sommige dagen ben je als een dooie hond en kan je helemaal niets bedenken, andere dagen ben je schitterend en vol ideeën. Het publiek waar ik vanavond voor speel, kent mij niet. Dus ik kan hier vrijuit kiezen en mijn gang gaan. Maar eigenlijk zou ik het moeten opschrijven wat ik hier heb gespeeld, mocht ik volgende keer terug komen. Er is natuurlijk ook het publiek dat op een bepaald nummer reageert. Sommige nummers moet je dan ook spelen. Velen van hen kopen een cd omdat ze je het nummer hoorden spelen op het concert. Dus het is normaal dat je die dingenregelmatig speelt. Doe maar verder Bob, je bent goed bezig... Absoluut, het is een oefening van God (lacht hartelijk). Het is goed voor de gezondheid, voor mijn armspieren en mijn schoudergewrichten. Mijn voeten dansen in de lucht... Je zal zienhoe ik zweet en mij amuseer. (Bron "Back to the Roots" -Patrick Smet) |