Interview Greta Holtrop

Greta Holtrop Greta, waar ben je eigenlijk geboren of opgegroeid?.
Ik ben in Krommenie geboren en daar ook opgegroeid.. Bekende plaats hè?

Hoezo?
Nou, Rob Hoeke kwam er vandaan

O ja, heb je hem nog gekend.?
Nee, niet gekend, ik heb wel een vage herinnering aan hem. Ik zat namelijk in een kinderkoor en wij zongen in een oefenruimte. En daar speelde hij piano. Later hoorde ik van mijn moeder, dat deze pianist Rob Hoeke was. Toen wist ik dat niet.

Ben je op jonge leeftijd begonnen met zingen.?
Vanaf mijn zesde jaar zong ik in koortjes en vanaf mijn twaalfde in een gospelgroep. Ik kom uit een muzikale familie. Mijn moeder is muzikaal en mijn vader heeft een prachtige diepe bas stem. Dat had mijn opa ook.
Mijn ooms en tantes zingen in koren en met kerst zingen we met z'n allen op straat (kerstochtend, vanaf 05.00 uur, kerstliederen met een koor van liefhebbers door de straten van Krommenie. Vaak voor de huizen van zieke mensen en bij bejaarden tehuizen). Dat is een echte familie traditie.
Vroeger verzamelden we al heel vroeg in de ochtend bij ons thuis. Opa, oma, tantes, ooms, neefjes en nichtjes. En ons hele gezin ging ook. Tegenwoordig is de groep iets minder groot, maar als we kunnen, gaan we. En alle stemmen zijn in onze familie vertegenwoordigd. Alten, sopranen, tenoren en bas. Ik doe dit al zeker 35 jaar en ik zou het ook niet willen missen. Een traditie, die dus al op zeer vroege leeftijd begon.

Zing je nu nog af en toe in een koor?
Nee, nu niet meer, ik heb het nog wel een korte periode gedaan, maar ja dat werd gewoon teveel. Alleen dus met de kerst, in Krommenie.

Wanneer ben je met Boogie Woogie en Blues begonnen?
Ongeveer zes jaar geleden zong ik voor het eerst in theatershow de Grand Piano Boogie Train. Dáárvoor, in 1994, gaf ik de kinderen van Jaap Dekker zwemles in het Keerpunt in Amstelveen. Ik kom eigenlijk uit de sportwereld en ik kwam zo in contact met Jaap Dekker, zijn vrouw en zijn kinderen.
Via Jaap hoorde ik voor het eerst live de Boogie Woogie. De Blues kende ik eigenlijk al langer. Blues en Gospels liggen dicht bij elkaar. Boogie Woogie had ik nog nooit bewust gehoord, totdat ik Jaap Dekker leerde kennen en die heeft mij uiteindelijk uitgenodigd mee te doen aan de Grand Piano Boogie Train. Zo ben ik er eigenlijk in gerold.

Maar je speelde sowieso toch al met Martijn?
Martijn heb ik leren kennen via de Boogie Train. Dat was in 2001. Hij speelde als &eeacute;&eeacute;n van de drie pianisten een vaste hoofdrol in deze theaterproductie en ik verzorgde de presentatie en zong aan het einde van deze serie een Boogie Woogie. Door Martijn ben ik veel meer van de achtergrond en historie van de Boogie Woogie en de Blues te weten gekomen. We zoeken altijd de historie van een nummer op om de tekst en de bedoeling daarvan zo goed mogelijk over te kunnen brengen.
We zijn samen een aantal keer in Amerika geweest voor optredens. Dat we de liefde voor de muziek kunnen delen, is heel bijzonder. Niet alleen de optredens, maar ook het ontmoeten van beroemde Amerikaanse artiesten (o.a. Big Joe Duskin, Jay McShann, Joe Hunter en Little Willie Littlefield) is een geweldige ervaring en het is heerlijk als je die bijzondere momenten met elkaar deelt.

Was het daarvoor ook al je favoriete muziek?
Nee, want zoals ik al zei: de Boogie Woogie kende ik niet. Ik kwam pas echt in aanraking met deze muziek via Jaap Dekker en de Boogie Train. Ja, dat pakte me wel. Ik had voor Jaap wel vaker in de studio gezongen, maar dat had eigenlijk niet veel met Boogie Woogie te maken.
De ervaringen in de Boogie Train, het fantastische pianospel van Jaap, Martijn, Rob en Hein zorgden voor de ontwikkeling van mijn liefde voor de Boogie Woogie. Het was vooral de sfeer die deze muziek oproept, die mij in het begin het meeste aansprak. Het was voor mij vanuit vroegere periode eigenlijk meer de Blues - vanuit de gospel-, dan Boogie. Maar Boogie Woogie sluit daar -voor mij- perfect op aan.

Het je nog zangles gehad op dat gebied, ik bedoel tav. Boogie Woogie?
In gospel heb ik veel zangles gehad, ja dat hoort daar bij. En ik heb een aantal lessen gevolgd bij Lils Mackintosh. Martijn en ik waren bij een optreden van haar band (samen met o.a. Wouter Kiers, tenor saxofonist). Martijn en ik werden uitgenodigd om ook een nummer te spelen en na afloop kwam Lils naar mij toe en vroeg mij of ze aan mij les mocht geven. Het klikte enorm met Lils en haar opvatting over muziek en zang, en ik heb veel van haar geleerd.
Ook heb ik van een zang docente in Krommenie les gehad in techniek (zij geeft onder andere ook les aan de acteurs en zangers in grote musical producties). En ook volgde ik logopedie. Dus veel technische ondergrond en een goede techniek is ook van groot belang! Van Lils leerde ik vooral de interpretatie, accenten en intonatie van een tekst. Het verhaal van een nummer kunnen overbrengen op het publiek.

Merk je dat aan het zingen, dat het anders zingen is?
Het is niet zozeer anders zingen. Het is meer de onderliggende techniek bij het zingen. Je performance wordt daar niet anders door. Toen ik met Martijn begon met optredens, heb ik eigenlijk een paar fases overgeslagen. Ik stond met hem meteen op de grote podia. En nu ga ik, met Martijn, terug naar de basis. En pak ik dus ook weer de techniek op. We kijken naar de houding, de uitspraak, het leggen van accenten op woorden en het gebruik maken van de tekst en taal. (mensen zeggen dat ik enorm veel gegroeid ben sinds die tijd, dat komt voor een deel daar door). Ik bedoel dat je de tekst op een bepaalde manier te kunt 'vertalen', echt overbrengen op het publiek. Dat is voor mij nooit een probleem geweest, het gebruik van tekst en taal. Alleen al vanuit de geschiedenis, vanuit het gevoel, de roots, zijn er veel interpretaties mogelijk.
En waar ik ook op let, is een nummer interessant te houden. Door te luisteren en accenten en nuances te leggen. Niet alleen vertellen wat je wilt vertellen, ook de manier waarop je het doet, en daarbij nooit de basis vergeten. Ja, dat stimuleert en intrigeert mij enorm.

Krijg je op een gegeven ogenblik niet genoeg van Boogie Woogie, Blues te zingen, m.a.w. Wil je niet andere stijlen andere genres zingen dan alleen Boogie Woogie?
Nee, daar krijg ik nooit genoeg van. Het begint voor mijn gevoel pas. De Boogie Woogie en Blues hebben een breed scala aan nummers en is onuitputtelijk.
Ook Jazz (en Swing) hoort hierbij en uit dat genre zing ik ook stukken. Eigen interpretatie hoort daar ook bij. We schrijven eigen nummers of componeren bestaande nummers naar onze eigen stijl. Het is dus een breed genre waaruit ik mijn nummers kan kiezen of schrijven.

Greta Holtrop en Bob Seeley Je hebt er genoeg aan?
Oh, zeker. En ik kan ook zelf schrijven. Want er is heel veel materiaal, oud materiaal.Ieder keer als ik een voor mij nieuw nummer hoor dat mij bevalt, dan wil ik daar meer van weten. En de Boogie Woogie en de Blues linken aan elkaar en aan de Jazz, naar de oorsprong van deze muziek. Zoveel stijlen, zoveel nummers uit de Boogie Woogie, Blues, Early Rhythm and Blues, Jazz, Swing, enz. Waar hebben we het over. Meer dan zestig jaar muziek.

Heb je ook nog een favoriete zangeres een Boogie of Blues zangeres?
Van de huidige tijd vind ik Bonnie Raitt een waanzinnige zangeres. En dan vooral haar Bluesstijl. Het zijn niet alleen zangeressen, ook zangers. En het is niet alleen de Blues of de Jazz. Het gaat mij ook om de interpretatie, de manier van zingen, hoe men een nummer brengt en dergelijke.
In Nederland vind ik Lils Mackintosh een geweldige zangeres. Ik luister graag naar haar interpretaties van bekende jazz stukken, vooral als ze nummers van Billie Holiday zingt. En haar hele performance straalt liefde en respect voor de muziek uit. Zij weet waarover ze zingt.
En natuurlijk ben ik een enorme fan van Billie Holiday. Als we het hebben over interpretatie en nuances, dan is zij het grote voorbeeld voor mij. Jammer dat ze zo jong gestorven is.


Treed je ook op met andere groepen, andere musici, dan alleen met Martijn?
Zeer zelden. Als ik het doe, dan is het bijna altijd op internationale festivals in het buitenland. Dan willen de andere pianisten nog wel eens vragen of ik met hen mee wil doen. Daar maak ik wel een uitzondering voor.
Martijn en ik gaan in onze vrije tijd regelmatig naar live muziek optreden toe en dan wil het ook nog wel eens voorkomen, dat ik gevraagd wordt met een band mee te doen. Dat doe ik soms, maar meestal zit Martijn dan wel achter de piano...
Is het niet je beroep?
Neen. Ik werk eigenlijk alleen met Martijn. We leven niet van de muziek, maar zijn wel professioneel. Helaas zijn er niet genoeg optredens in onze stijl om van rond te komen. Ik wil geen concessies doen aan de muziekkeuze. Ik wil geen nummers zingen die ik niet leuk vind, of waar ik niet achter sta, puur voor de commercie.

Zoals Bo, Trijntje Oosterhuis...?
Ik kan wel genieten van andere zangeressen, ik geniet van zangeressen met stijl en diepgang. Zangeressen, die weten wat ze zingen, die weten wat ze te vertellen hebben.

Zou je dat dan zelf ook willen zingen?
Nee, dat zou ik niet graag willen zingen, neen. Ik voel me heel erg happy met datgene wat ik nu doe. Trouwens, Trijntje Oosterhuis gaat ook regelmatig terug naar de roots. Zij houdt ook van de oude stijl Jazz en de Blues. Ik heb haar een aantal keer zien en horen optreden op festivals waar wij ook een optreden hadden. Haar optreden met Toots Thielemans vond ik geweldig en past ook volledig in mijn stijl. En ik ben ook gek op de muziek van Toots zelf. Wat een prachtige artiest en wat een muzikaal genie.

Met welke zangeres zou je wel eens een duet willen zingen, of heb je daar nooit over nagedacht? Je hebt tijdens de Boogie Train samen gezongen met Daisy.
Mijn droom zou zijn om met Bonnie Raitt te zingen. Dat lijkt me zo inspirerend. In de Boogie & Blues scène, ook in het buitenland, zijn niet veel top zangeressen. Meer Jazz vocalisten die af en toe een uitstapje maken naar een andere stijl. Een duet met Diana Krall lijkt me ook wel wat. Gelukkig heb ik een paar keer met Lils mogen zingen en dat was genieten met haar op het podium. Ook Lils is erg inspirerend.
Veel grote zangeressen in dit genre leven niet meer. Nina Simone bijvoorbeeld en Billie Holiday. Van een duet met deze grootheden kan ik dus alleen maar dromen.

Nu we het een beetje over het buitenland hebben, hoe is jouw optreden daar ontvangen?
Ja geweldig, te gek, echt waanzinnig. Nog maar net met Martijn begonnen en dan sta je al in de spotlights van de internationale podia. Wat later sta je in Amerika, of in Frankrijk. En het enthousiasme van het publiek is overweldigend.

Je bent begonnen in Manno (Zwitserland).
Ja, dat is mijn eerste internationale optreden geweest. Toen zong ik nog maar net een jaar op het professionele podium. Dan ben je nog zo bezig met jezelf en alles wat er om je heen gebeurt. Je bent nog niet in staat het beste uit jezelf en de nummers te halen. Het was een leuke en leerzame ervaring en ik geniet altijd van het samenspel van Martijn en Silvan Zingg. Eenzame hoogte, die twee.
Ik sta nu heerlijk ontspannen op de podia. De laatste keer in Amerika voelde ik me helemaal thuis. Genieten van het zingen, dat is wat het publiek ook van je mee krijgt.

Daar is toch ook een televisieoptreden geweest waarvan een video is gemaakt?
Ja, er zijn verschillende televisie optredens geweest . In Cincinatti live bij een uitzending van FOX2 en in Detroit ook live op FOX bij een ontbijtshow. Dat was geweldig. Van het optreden in Detroit zijn opnamen gemaakt voor een documentaire over Boogie Woogie en Piano Blues en dat wordt nu regelmatig door geheel Amerika uitgezonden. Naast allemaal beroemde Amerikaanse artiesten, ook een interview met Martijn en een optreden. Terecht en eervol, dat ze Martijn daarvoor gevraagd hebben. Als enige Nederlandse Boogie en Blues pianist op deze documentaire. Dat bewijst ook zijn klasse. Wie weet, zien we deze documentaire ooit nog eens op de Nederlandse televisie.

Ben je ook met nieuwe nummers bezig?
Continu. Ik zoek continu naar nieuwe nummers en schrijf ze ook, samen met Martijn of met Rinus en de overige bandleden.

En die bewaar je dan of neem je die op een gegeven ogenblik of op een ander moment op?
Ja, nou het kan soms heel snel gaan. Ik kan een nummer vinden en het met Martijn thuis doornemen en ik sta het dan bij het eerstvolgende optreden al te zingen. Dat komt omdat we met professionele muzikanten werken. Zij delen dezelfde opvatting over muziek en daardoor stijgt het soms naar grote hoogten. Een nummer is zelden precies hetzelfde tijdens een optreden, want er wordt altijd geïmproviseerd. En dat maakt deze band zo uniek en van hoge kwaliteit.
Ik heb wel een vast repertoire, dus dat is altijd de basis. Ik probeer met Martijn voortdurend te zoeken naar nieuwe nummers en het liefste zou ik ze zelf ook willen schrijven en in de toekomst zal dat heus wel meer gaan gebeuren.

Ben je ook van plan een eigen CD uit te brengen?
Nee, als ik een CD uitbreng is dat altijd in combinatie met Martijn. Wij zijn een eenheid, ik heb niet de behoefte een solo cd te maken.

Nee, maar het kan ook zijn, dat je een CD maakt met Martijn, waarbij de nadruk ligt bij Greta Holtrop als zangeres?
Ik ben daar eigenlijk helemaal niet mee bezig. Misschien gebeurt dat ooit nog eens, wie weet. Maar op dit moment draait alles om onze band. En Martijn en ik staan ook op cd's die door festivals worden uitgebracht (LaRoquebrou of de Boogie & Blues Piano Summit in Cincinnati). Dat is ook al heel bijzonder.

Greta Holtrop Heb je zelf nog een bepaal doel als zangeres. Stel je jezelf nog een bepaald doel bijv. op dat moment wil ik zover zijn?
Weet je, dat vind ik heel moeilijk. Een doel zou kunnen zijn; optreden in Amerika. Maar dat hebben we al gehad. Dus wat ligt er dan nog hoger? Misschien nog meer optredens in Amerika? Als zangeres is het doel niet specifiek, maar als liefhebber van deze muziekstijl zou ik graag zien dat er in Nederland meer bekendheid aan gegeven wordt. We hebben een aantal TV optredens gedaan, maar daar zou ik er nog wel veel meer van willen doen. Dus meer bekendheid als zangeres van dit genre in Nederland. Dat is een goed doel. Dat genereert dan ook meer optredens en dat zou geweldig zijn.

Meer optredens?
Natuurlijk meerdere optredens. Ik wil met Martijn heel vaak naar Amerika reizen en optreden. Ik zou graag meer internationaal willen optreden. Met de Martijn Schok Boogie & Blues Band. Dus als ik nog een doel kan noemen, dan is het voor mij het bekend maken van deze band wereldwijd. Van Japan tot Groenland, Canada tot Australië, noem maar op.

Wat vind je het moeilijkste aan het zingen van Boogie Woogie en/of Blues.?
Eigenlijk vind ik het niet moeilijk, ik vind het een heerlijke uitlaatklep. Het is bij uitstek de muziek om live te zingen.

Is het moeilijk om een zaal mee te krijgen? Om de zaal in de ban te krijgen van jouw nummer?
Nee, niet moeilijk, maar het lukt de ene keer beter dan de andere keer. Het is ook afhankelijk van het publiek en de locatie waar je staat. Als je in een rokerige kroeg staat, dan weet je dat de mensen komen om met elkaar bezig te zijn, te praten met elkaar. En als de mensen dan helemaal opgaan in datgene wat ik doe, dan krijg ik daar zelf een kick van. Soms gaan ze volledig uit hun dak bij een snelle Boogie Woogie en als ik daarna een langzame Blues inzet en het wordt stil, dan heb ik ook kippenvel op mijn armen. Het is voor mij niet zozeer moeilijk, maar altijd weer een uitdaging.
Ik heb wat te vertellen met mijn muziek, met mijn stem. Ik ben wel heel kritisch naar mijn eigen zangprestatie. Ik probeer altijd manieren te vinden om mijn techniek te verbeteren. Belangrijk is dat je weet hoe je een nummer moet brengen. Het moet niet alleen goed klinken, het moet ook goed voelen. Je moet je verhaal geloofwaardig neerzetten. Eerlijk zijn in je emoties en weten waar je het over hebt. Die uitstraling kan doorslaggevend zijn en dat mis ik bij veel van de huidige zangers en zangeressen. Ik ben mij ervan bewust, dat mijn uitstraling op een positieve manier bijdraagt aan het optreden. Als mensen spontaan beginnen te klappen als ik na een optreden langsloop, ben ik tevreden met mijn zang- en podiumprestaties.

Wat vind je van de stelling dat alleen de zwarte zangers of zangeressen die typische Bluessound kunnen creëren? Is dat zo, denk je?
Dat dacht ik vroeger wel; maar ik heb nu ontdekt, dat het niet zo hoeft te zijn. Het is een zwarte zanger of zangeres meer met de paplepel ingegoten. We hebben het hier wel over hun cultuur en muzikale erfenis.
Wij, de blanke Europese bevolking, zijn opgegroeid met de klassieke muziek, de klassieke toonladder. In Amerika zijn de zwarte zangers of zangeressen opgegroeid met de typische Bluestoonladder en daar zit verschil in. Nou had ik van nature al een 'Bluenote' in mijn klassieke toonladder. Maar toen ik voor het eerst de echte Bluestoonladder hoorde, ontdekte ik nog veel meer van deze 'Bluenotes'.
In Amerika kreeg ik drie jaar geleden al van musici, die ook met Billie Holiday hebben opgetreden, een groot compliment. Ik had de echte Bluessound, volgens grootheden als Big Joe Duskin. "Girl, you know what you are talking about", zei Big Joe nadat ik een slow Blues had gezongen. "Keep on talking", was zijn advies. Ook Joe Hunter was zeer complimenteus. We ontmoetten hem in Detroit. Hij was bandleider van de Motown Funk Brothers en begeleidde zangeressen als Diana Ross. Ik heb een tijd lang met hem over de muziek staan praten en hij was onder de indruk van mijn zangprestaties. Zeker voor een blanke zangeres. Hij vond het fijn dat ik zoveel tijd en energie in de geschiedenis van deze muziek stopte en kon horen dat ik wist waar ik over zong.
Een heerlijk compliment en dat van een man die zoveel ervaring in de muziekwereld heeft. Ik koester deze complimenten en ontmoetingen.

We hebben het straks al over de Boogie Train gehad. Daar heb je Martijn ontmoet. Je hebt nu met veel pianisten opgetreden. Merk je nu ook verschil tav begeleiden? De een improviseert beter dan de ander?
Absoluut. Er is een enorm verschil Je moet als zangeres stevig in je schoen staan, wil je zo maar met iemand mee kunnen zingen, dat heb ik wel ontdekt. Ik was er in het begin wel huiverig voor, ook omdat ik Martijn's begeleiding gewend ben. En Martijn is een pianist, die zulke goede oren heeft en die zo goed luistert naar datgene wat er op het podium gebeurt. Niet alleen naar de instrumentalisten die met hem meespelen, maar ook naar mij. Martijn hoort alles en kan daardoor veel opvangen. Hij geeft zoveel ruimte aan mij als zangeres, dat het heel natuurlijk zingen is. En daar zijn er niet veel van.
Er zijn er maar een paar pianisten, met wie ik heb opgetreden, waarmee ik ook een dergelijk positieve ervaring heb gehad (bijvoorbeeld Ricky Nye en David Maxwell uit Amerika en Christoph Rois uit Wenen, ook internationale top pianisten).
Veel pianisten zijn met hun eigen prestatie bezig, of kunnen niet improviseren, of luisteren niet naar datgene wat je doet, hebben geen benul van de tekst en gaan dan bij een gevoelig stuk dwars er doorheen soleren. Je moet als pianist ook bereid zijn om te begeleiden. Want als een ander soleert (en dat is wat je als zanger of zangeres ook doet), heb je een begeleidende rol. En die rolverdeling is belangrijk in een goed functionerende band waar solisten alle ruimte krijgen. In onze band zitten artiesten die allemaal waanzinnig kunnen soleren en bovendien heel goed naar elkaar luisteren en dat maakt het heel afwisselend. Geef je elkaar de ruimte, dan groeit de saamhorigheid en de muzikaliteit naar een hoog niveau. Ook als zangeres moet je weten wanneer een ander soleert en ook ruimte geven voor deze solo's. In Amerika werd mij gevraagd of ik met een saxofonist optrad. "Ja", zei ik "en met veel plezier". Dat vonden ze bijzonder, want dat gaat niet altijd goed. Het zijn beide solisten die vaak de hoofdrol opeisen en niet goed naar elkaar luisteren.
Nou, daar heb ik met Rinus dus totaal geen problemen mee. Ik mis hem zelfs als hij er niet bij is, want wij dagen elkaar altijd uit en zoeken vaak naar de 2de stem.
Ja, er zit een heel groot verschil tussen de diverse pianisten. Het heeft ook te maken met het aanvoelen van het vocale gedeelte. Martijn voelt dat goed aan. Hein van der Gaag is ook een geweldige begeleider. Ik kan zien hoe een pianist ingaat op datgene wat een zangeres doet. Ook zo met Pim Jacobs en Rita Reijs. Pim Jacobs voelde Rita Reijs perfect aan. Hij gaf haar alle ruimte. Een pianist kan goed zijn, kan kwaliteit hebben, maar dit is een extra kwaliteit.

Ben je voor het festival in Noordwijk wel eens met Pia Beck in aanraking gekomen?
Ja, ik heb haar een keer live meegemaakt bij een optreden. Ze is geweldig. Ik heb cd's en een DVD van haar, die ik helemaal fantastisch vind. Het zijn haar bekende stukken, maar ook minder bekende stukken. Die vind ik helemaal fantastisch. Ze is heel professioneel. Ik heb erg genoten van de manier waarop zij haar professionaliteit uitdraagt. Ik vind dat erg bewonderenswaardig.

Even terug naar de Grand Piano Boogie Train. In het begin heb je niet altijd meegezongen.
Neen, bij de eerste tournees was ik verantwoordelijk voor de presentatie. Op een gegeven moment zong ik voor de pauze een Boogie Woogie en later zong ik ook samen met Daisy Oosterhuis.
Bij de laatste Boogie Train tournee heb ik eigenlijk volledig meegedaan wat betreft het vocale gedeelte. Daarnaast natuurlijk ook de presentatie.

Hoe vond je dat?
Heel erg leuk. Ik vind het leuk om met een groep artiesten iets te creëren, om 'iets' neer te zetten. Om met elkaar een theater op zijn kop te zetten. Een hele leuke tijd, zeker voor herhaling vatbaar. Het is vermoeiend, maar ik vind theater eigenlijk heel erg leuk om te doen.

Treed je liever op in een grote zaal of in een kleine zaal?
Geen voorkeur. Het gaat om de sfeer en die kun je in iedere gelegenheid creëren. Het is wel een kick om voor een volle, grote zaal te staan. Op een groot podium. Maar ik ben ook gek op een kleine, intieme sfeer. Past zo lekker bij de muziek.

Maar in een theater spelen, is toch wel wat anders dan in een kleine kroeg of zo.....?
Ja, absoluut, maar het heeft beide zijn charme.
In Amerika stonden we de laatste keer in een theater en op een ander moment stonden we op het podium in de openlucht en we hebben daar ook in kleine kroegjes gespeeld. Allemaal geweldig. We hebben ook in beroemde kroegen gespeeld, zoals Jazzland in Wenen. Heel klein, maar met een enorme historie. Foto's van beroemdheden uit de Jazz en de Blues, en die hebben ook op datzelfde podium gestaan. Ik vond het allemaal te gek. Dus het is onmogelijk om te zeggen wat leuker is.

Maar een theater lijkt mij toch moeilijk om de mensen over de streep te trekken dus dat ze enthousiast worden, of is dat niet zo...?
Nou nee, bij de Boogie Train heb ik dat niet gemerkt hoor. De mensen waren altijd enthousiast. Het enige nadeel van het theater is, dat je iets minder oogcontact hebt met het publiek. Maar dat wordt weer door de sfeer goedgemaakt. Net alsof je in een warm bed ligt, het publiek als een warme deken om je heen. Het gaat om wat je overbrengt, dat is wat het publiek enthousiast maakt.

In Laroquebrou heb je ook voor een grote zaal gezongen.
Ja, en toch maak je contact. Ik weet niet hoe dat zit, maar er zijn altijd een aantal mensen voor in de zaal die je ziet. Dat zijn vaak de enthousiaste liefhebbers. Daarin zie je vaak je eigen emoties terug.
Weet je, ook in een grote zaal krijg je een gevoel terug van het publiek. Ik ben echt een gevoelsmens. En in Laroquebrou was het publiek fantastisch en heel enthousiast. Een heerlijk gevoel dus.

En als je je dag niet hebt, wat dan?
Dat maakt niet uit. Zodra je op het podium staat, glijdt alles van je af en ben je met je optreden en de muziek bezig. Ik kan me verschrikkelijk slecht voelen voor ik het podium opstap, maar niemand zal dat aan mij merken. Zodra je op het podium staat en je begint, glijdt alles van je af en ben je met datgene bezig, waarvoor je staat en met het gevoel dat je deelt met het publiek.
In Amerika kon ik tijdens een optreden het publiek niet zien, maar op een bepaald moment zong iedereen mee. Wat een heerlijk gevoel was dat. Een heel intens moment. Daar doe je het allemaal voor...

Wat is nou het meest leuke wat je meegemaakt hebt met al je optredens?
Mag ik daar even over nadenken?....
Ik heb eigenlijk heel veel leuke momenten gehad. Ik heb erg genoten van de Boogie Train, vooral ook backstage. Heel veel lol gemaakt. Allemaal geintjes onderling. Dat krijg je als je een aantal keer per week en weken achter elkaar zo intensief met elkaar omgaat.
Maar wat het meeste indruk heeft gemaakt, zijn de ontmoetingen met de internationale grootheden op het gebied van Boogie Woogie en Blues. Zoals Big Joe Duskin, Jay McShann, Joe Hunter en Little Willie Littlefield. Ik kan uren naar de verhalen luisteren die zij over de geschiedenis van de muziek te vertellen hebben. En dat zijn heel wat verhalen, kan ik je zeggen. Zij hebben het beleefd, stonden aan de wieg van de muzikale ontwikkeling, zij zijn de belichaming van de Boogie en de Blues. Door deze ontmoetingen is de muziek meer gaan leven, ben ik teksten beter gaan begrijpen en weet ik wat ik zing. Ze zijn een enorme inspiratie voor mij en ik hoop ze nog vaak te zien en te spreken.
Ook grootheden als Bob Seeley, Axel Zwingenberger, Vince Weber, David Maxwell en nog vele anderen zijn een grote inspiratiebron.

Houd je nog contact met ze?
Ja, we mailen met ze en we zien ze regelmatig op internationale festivals in het buitenland. Ook komen ze nu regelmatig naar Nederland, omdat ze optreden op één van de Internationale Boogie Woogie Festivals die wij organiseren.

Is er nog een kans, dat ze hier naar toe komen?
Jazeker, het ligt in onze bedoeling om nog vele internationale festivals in Nederland te organiseren. We hopen dat iedereen nog heel lang in goede gezondheid blijft, maar daar hebben we helaas geen invloed op.

Moet je als Boogie Woogie/Blues zanger nu ook qua stem een groot bereik hebben? Je hebt een altstem?
Ja, dat klopt. Ik ben een alt (in koren zing ik altijd de alt-partij). En nee, je hebt geen groot bereik nodig, maar je moet weten wat je kunt. Jezelf blijven ontwikkelen en je stembanden trainen en goed onderhouden.
Mijn zanglerares heeft mij verteld, dat ik een enorm bereik heb. Het is een uitdaging om uit te vinden hoe groot dat bereik is. Dat heeft natuurlijk ook met techniek te maken. Het is wel prettig als je een groter bereik hebt. Je kunt dan wat meer met de melodie stoeien. Volume is voor het zingen van de Blues een pré en ook daar heb ik geen problemen mee. Hierbij is de ademhaling van groot belang en daar heb ik wel mee geworsteld, omdat ik als sporter een andere ademhaling hanteer, dan die je als zangeres moet hanteren.

Wat is je lievelingsnummer?
Eh... 'Nobody knows you ' (when you're down and out), dat blijft één van mijn lievelingsnummers. En "Fine and Mellow Blues" van Billie Holiday. En een nummer van Sippie Wallace, "Women, be wise", dat vind ik ook een heerlijk nummer om te zingen.
Slow Blues is heerlijk om te zingen, omdat je een verhaal te vertellen hebt. Maar ook 'Doing the Boogie Woogie' is een goed nummer met een verhaal. Dat gaat over de geschiedenis en het ontstaan van de Boogie Woogie. Daar kan ik me helemaal in uitleven. Eén echt lievelingsnummer heb ik dus niet. Dat zijn er heel veel.

Nou Greta, ik heb verder geen vragen meer. Hartelijk dank, dat je mij in de gelegenheid hebt gesteld dit interview af te nemen.

Wim Flohr.
www.boogiewoogie.info

(Aalsmeer, 2005/2006)



NB.: Het interview is reeds enige tijd geleden opgenomen, waardoor ook mogelijk onderdelen ervan gedateerd zijn, doch mijn inziens toch wel waardevolle en leuke informatie.

Sluit het scherm

Print dit interview